PvCF

logo PvCF

Netwerken


Als je meerdere computers hebt is het handig deze in een netwerkje te verbinden. Je deelt zo je internettoegang, je printer en je schijfruimte. In vogelvlucht wil ik de verschillende stappen kort doorlopen.

De router

Ik ga er van uit dat je je netwerkverkeer laat regelen door een router. Een router kost tegenwoordig nog geen dertig Euro en maakt het beheer zoveel eenvoudiger dat niemand meer zonder kan.
Een router nieuw uit de doos is niet veilig, daar gaan we eerst voor zorgen. Sluit de router met behulp van een netwerkkabel aan op je computer, zet de router aan en vervolgens de computer. Open je browser (bijvoorbeeld Internet Explorer) en type het IP-adres van de router in. Het IP adres is een combinatie van 4 maal 3 getallen van 1 tot 254, gescheiden door een punt. Het IP adres wordt op internet gebruikt om iedere computer een eigen nummer te geven, maar ook in je lokale netwerk heeft iedereen weer een eigen nummer. Er is afgesproken dat de IP-adressen die beginnen met "192.168" alleen voor lokale netwerken gebruikt worden. Je zult eenmalig in de handleiding van je router moeten kijken welk nummer hij standaard heeft, en of hij eventueel met een wachtwoord is beveiligd.
Het standaardadres van mijn router is "192.168.2.1" dus ik type in de adresbalk: "http://192.168.2.1" en druk op <Enter>. En zie, ik word verwelkomd door de router met een vraag naar het wachtwoord. Standaard is er bij mij geen gegeven, dus klik ik op "LOGIN" en ik kan mijn router configureren.

Open je browser en type het adres van je router (te vinden in de handleiding).
Afbeelding 1: Open je browser en type het adres van je router (te vinden in de handleiding).

Ingebouwd is een wizard die de belangrijkste onderdelen afloopt. Het eerste is de tijdzone, met mogelijkheid rekening te houden met zomer- en wintertijd. Een onbelangrijk onderdeel.
Het volgende onderdeel betreft de passwords, de wachtwoorden. Erg belangrijk. Kies hier een niet voor de hand liggend wachtwoord, maar verander in ieder geval het standaard wachtwoord.
Het volgende onderdeel ziet op het remote management, het onderhouden van je netwerk via het internet. Dat is natuurlijk levensgevaarlijk, als jij het kunt kan iedereen het, dus NOOIT inschakelen.

Als eerste moet je het wachtwoord instellen, safety first.
Afbeelding 2: Als eerste moet je het wachtwoord instellen, safety first.
Remote management uitschakelen.
Afbeelding 3: Remote management uitschakelen.

In het onderdeel LAN kun je het adres van je router aanpassen (altijd doen onder het mom "als het niet standaard is dan is het voor een ander moeilijker te raden"), de range van nummers die aan netwerkcomputers uitgegeven wordt (afhankelijk van de grootte van je netwerk) en eventueel de naam van je netwerk. Let er op dat de eerste twee getallen 192 en 168 blijven!

Verander het IP-adres van je router.
Afbeelding 4: Verander het IP-adres van je router.

Overbodig te zeggen dat je de firewall van de router ook nog even moet aanzetten.

De firewall (tussen jouw netwerk en het internet) moet altijd aanstaan.
Afbeelding 5: De firewall (tussen jouw netwerk en het internet) moet altijd aanstaan.

Met de bovenstaande stappen ben je op weg naar je eigen veilige netwerk.

Het netwerk

Open de verkenner en kijk is naar je netwerk. Als er meerdere computers zijn ingeschakeld zul je binnen een paar minuten de andere computers zien. Standaard is dat een zooitje, daarom ga ik de computers lid maken van één werkgroep en de computers zelf een duidelijke en unieke naam geven. Die naam kan bijvoorbeeld de naam zijn van de standaard gebruiker of de plaats waar de computer staat, als het maar duidelijk is voor jou.

De standaardwerkgroep van Windows XP Professional is "Werkgroep", van Windows XP Home "Mshome". Dat werkt niet prettig samen, maak ze lid van één werkgroep.
Afbeelding 6: De standaardwerkgroep van Windows XP Professional is "Werkgroep", van Windows XP Home "Mshome". Dat werkt niet prettig samen, maak ze lid van één werkgroep.

Op iedere computer in je netwerk open je in het configuratiescherm het systeem (dus niet systeembeheer) en ga je naar de tab "Computernaam". Klik op de kop wijzigen en geef iedere computer een unieke naam en maak ze lid van dezelfde werkgroep.
Je wordt welkom geheten in de nieuwe werkgroep en verzocht de computer opnieuw op te starten. Doe dat maar.
Na de nieuwe start ziet de computer in het netwerk nog maar één werkgroep waar alle computers lid van zijn. Overigens kan het zo zijn dat je in het begin je oude werkgroepen nog ziet, maar die verdwijnen uiteindelijk wel.

In de systeemeigenschappen kun je de computernaam en de werkgroep wijzigen.
Afbeelding 7: In de systeemeigenschappen kun je de computernaam en de werkgroep wijzigen.
Geef iedere computer een eigen naam en maak ze allemaal lid van dezelfde werkgroep. Wel even opnieuw opstarten
Afbeelding 8: Geef iedere computer een eigen naam en maak ze allemaal lid van dezelfde werkgroep. Wel even opnieuw opstarten.
Gelukt, alle computers lid van dezelfde groep.
Afbeelding 9: Gelukt, alle computers lid van dezelfde groep.

Mappen delen

Nu de computers elkaar zien moeten ze ook onderdelen van elkaar gaan gebruiken. Te beginnen met harde schijfruimte.
Maak een nieuwe map (rechtsklikken op een vrij deel van de verkenner en uit het afrolmenu kiezen voor nieuw, en vervolgens Map).
Deel NOOIT een hele harde schijf, want dan kan iedere netwerkgebruiker alles op die schijf bekijken en ge (of mis ) bruiken!
Geef de nieuwe map een duidelijke naam, bijvoorbeeld "Gedeeld".

Maak een nieuwe map aan voor de bestanden die je wilt delen.
Afbeelding 10: Maak een nieuwe map aan voor de bestanden die je wilt delen.

Klik rechts op de nieuwe map en kies uit het afrolmenu voor "Delen en beveiliging".

Klik rechts op de nieuwe map, kies voor delen en beslis of je wilt toestaan dat er vanaf het netwerk gegevens in de map geplaatst of gewijzigd mogen worden. Klik rechts op de nieuwe map, kies voor delen en beslis of je wilt toestaan dat er vanaf het netwerk gegevens in de map geplaatst of gewijzigd mogen worden.
Afbeelding 11 & 12: Klik rechts op de nieuwe map, kies voor delen en beslis of je wilt toestaan dat er vanaf het netwerk gegevens in de map geplaatst of gewijzigd mogen worden.
Het handje geeft aan dat de map gedeeld is.
Afbeelding 13: Het handje geeft aan dat de map gedeeld is.

Hoe het er daarna uitziet hangt af van de voorkeur van de mapopties, of je al dan niet gekozen hebt voor "Eenvoudig delen van bestanden gebruiken (aanbevolen)". Standaard is dit aangevinkt.
Om gebruikers toegang te verlenen zet je een vinkje bij "Van deze map een gedeelde netwerkmap maken". Als je wilt dat de netwerkgebruiker ook bestanden in deze map mag opslaan of wijzigen moet je ook een vinkje zetten bij "Netwerkgebruikers mogen mijn bestanden wijzigen".
Nadat je een map hebt gedeeld verschijnt er een handje naast. De map is nu ook vanuit een andere computer zichtbaar.

Een map mappen

Je kunt van een gedeelde map op een andere computer gebruik maken in je netwerkomgeving, maar je kunt er ook een schijfletter aan geven. Dan werkt het net als een harde schijf die in je computer zit.

Ken een schijfletter toe aan een map.
Afbeelding 14: Ken een schijfletter toe aan een map.

Klik in de netwerkomgeving rechts op de gedeelde map in een andere computer die je wilt gaan gebruiken en kies uit het afrolmenu voor "Netwerkverbinding maken".
Vervolgens kun je vrij een letter geven aan de map, Windows waarschuwt als de letter al bezet is. Als je het vinkje laat staan voor "Opnieuw verbinding maken bij aanmelden" zal de computer iedere keer dat hij wordt aangezet proberen de verbinding te leggen, hetgeen foutmeldingen geeft als de andere computer uitstaat.

Standaard begint Windows XP met het toekennen van de letter Z: aan de eerste map die verbonden wordt. Je hebt alle vrijheid dat te veranderen.
Afbeelding 15: Standaard begint Windows XP met het toekennen van de letter Z: aan de eerste map die verbonden wordt. Je hebt alle vrijheid dat te veranderen.

Printer delen

Als je een printer hebt kun je die net als een map delen over het netwerk. Rechtsklikken op het pictogram en uit het afrolmenu kiezen voor delen.

Net als een map kun je ook een printer delen, zoals hier mijn Samsung ML1210.
Afbeelding 16: Net als een map kun je ook een printer delen, zoals hier mijn Samsung ML1210.
Zonder Wizard snel je printer delen.
Afbeelding 17: Zonder Wizard snel je printer delen.

Ik ben te eigenwijs om de wizard te gebruiken en krijg een menuutje dat sterk lijkt op dat van het delen van mappen.
Op het tabblad "Delen" zit een extra knopje, "Extra stuurprogramma's". Daarmee kun je drivers op je computer klaar zetten voor andere Windows versies. Niet nodig als je alleen maar Windows 2000 en Windows XP machines hebt.

Deel je printer, en installeer extra stuurprogrammas (drivers).
Afbeelding 18: Deel je printer, en installeer extra stuurprogramma's (drivers).
In een gemengd netwerk kun je al je printerdrivers op de server zetten. Uiteraard is de wereld perfect, en bestaat alleen Windows.
Afbeelding 19: In een gemengd netwerk kun je al je printerdrivers op de server zetten. Uiteraard is de wereld perfect, en bestaat alleen Windows.

Gebruik een gedeelde printer

Om op de cliëntcomputer de printer te kunnen gebruiken moet je in het configuratiescherm onder printers kiezen voor printer toevoegen. In de Wizard kies je vervolgens uiteraard voor het toevoegen van een Netwerkprinter. Na enig zoeken door het netwerk kom je bij de computer met de printer. Als je de verbinding wilt leggen wordt je nog gewaarschuwd voor mogelijke virussen in de driversoftware, maar als de driver van je eigen computer afkomstig is kun je het risico wel nemen.

Laat de wizard zoeken naar gedeelde printers in het netwerk. Als de wizard niets vindt probeer je het na een kwartiertje nog een keer. Vindt hij dan nog niets ga dan zoeken op het ip-adres van de computer waar de printer op aangesloten is.
Afbeelding 20: Laat de wizard zoeken naar gedeelde printers in het netwerk. Als de wizard niets vindt probeer je het na een kwartiertje nog een keer. Vindt hij dan nog niets ga dan zoeken op het ip-adres van de computer waar de printer op aangesloten is.
Gevonden, drivers installeren en je bent klaar.
Afbeelding 21: Gevonden, drivers installeren en je bent klaar.

Wil je reageren op dit artikel, heb je nog vragen of kom je andere problemen tegen? Of heb je nog tips om het netwerk nog verder te verbeteren?

Bron: Jan Chris ©, eerder gepubliceerd in Computer Express februari 2006

Je kunt mij mailen op janpuntchrisatpvcfpuntnl.

Laatste update: 15 april 2012